WordIQ Books
   
 Vitaulium: Hofwyck en Spaansche Wijsheit by Huygens, Constantijn Page 4  

Nu moet ghy Hofwijck sien, het zij u lief of leed: 't Kind is wanschapen, maer 't is rijckelick[32] gekleedt[33].

Noten:

[1] Versta: de bijgevoegde lofdichten, naar den smaak der eeuw. [2] walgt. [3] verkeerbord. [4] Min gelukkige klankspeling. [5] vrijwaar. [6] Voor vind. [7] gewoonte. [8] Welluidendheidshalve voor deele. [9] zich. [10] ruwe. [11] verhaalt. [12] Thans zou men van tien centen spreken. [13] fraayer. [14] Stelt op de kaak, ten toon. [15] Versta: gij die. [16] weerspreekt. [17] Vaarwel dan. [18] Maar voort. [19] doel. [20] vervoert. [21] zoo. [22] af-wijk. [23] Versta: het geheele buiten. [24] slijk. [25] Omkruld. [26] ebbenhouten. [27] schilderstuk. [28] rand. [29] Aangelapt (van 't Hoogd. flicken). [30] De zoogenoemde kerkvaders. [31] geduld hebben. [32] Rijk, weelderig. [33] Dat oud-roomsche en atheensche, en dat kerkvaderlijk borduursel en verguldsel is in deze volksuitgaaf, als minder doeltreffend, echter weggelaten. De desbeluste lezer kan 't in de oudere naslaan.

AEN DEN DRUCKER.

k Hebb' Hofwijck uytgedruckt: is 't t' uwent niet te druck, Verdruckt my in uw pers, en helpt ons in den Druck; My in den druck van eer of oneer, van berispen Of prijsen, naer het volck of spreken wil of lispen[1]: U in den meerder druck, van Kostelick papier, Als Ketter-vleesch, te sien verdoemen tot het Vier. Van dusend tegen een de nadruck[2] zal ons' beurt zijn; Ick heb 't u ingedruckt; denckt, als het sal gebeurt zijn:

Die Dichter heeft sijn plicht uytdruckelick vervult: Mijn onderdrucken[3] is de dochter van mijn schuld.

Noten:

[1] Voor prevelen. [2] Voor narouw. [3] In den druk raken.

AEN MIJN HEER

MIJN HEER VAN ZUYLICHEM

over het lesen van sijn Eds.

HOFWIJCK.

't Is een dagh of vier geleden, Dat ick hallif moe getreden Door de paedtjes van mijn hof Wat gingh sitten onder 't lof[1], Daer de hitte niet kan nypen Onder 't lommeren van ypen, Op een banckje van een deel[2], In een koel en groen prieel; Daer de dichte blaedjes weeren Dat de Son my niet kan deeren, Schoon hy op de middagh blaeckt, Als hy 't Hemel-kreeftje naeckt.

Om mijn eensaemheit t' ontvluchten, Die my somtijds doet versuchten, Als ick aersel op de schae[3] Van mijn afgestorven gae, (Wie kan steeds den mensch verkrachten)? Liet ick drijven mijn gedachten[4], Liet ick mijn herdencken gaen Door u lecker letter-blaen, Die ick even had gelesen; Blaen, die voor geen sterven vresen, 't Zy de Somer swicht of brand, Van een soete Joff'ren-hand, Door uw wil, aen my gegeven; Blaen, daer _Hofwijck_ door sal leven Langer, alsser bosch of laen Staet, of met of sonder blaen; Langer, als d' abeele kruynen Sullen _Hofwijck_ en sijn tuynen Decken voor de scherpe snee Van de seyssen uytter Zee[5]: Langer, als sy, met de toppen Van haer hoogh-gestege koppen, Sullen weygeren den pas Aen het huylen en 't gebas Van de nortse Noorder-winden Op den bloesem van de Linden, Die, aen d' Oost' en Wester-kant Van den _Hofwijcks_ Hof geplant, Maecken ruyme wandeldreven, Die het quaelick willen geven Voor 't Voorhoutse Joffren-rack, Munnick-tuyntje, blaeder-dack, Dat, door 't roemen uwer Dichten[6], Voor geen dingh behoeft te swichten, Wat of in of buyten 't landt Sijne borst op schoonheit spant;

Langer, als de maste-boomen[7] Sullen wederzijds bezoomen, Met een altijd groenend lof, 't Buytenpad van uwen Hof: Als de nimmer-dorre Climmen[8] Sullen klauteren en klimmen, Langhs 't gebeent' en armen op, Over hooft en kruyn en top Van de hoecksche Vierelingen[9], Al gelijck in alle dingen, Broeders, even hoogh en breedt En al eveneens gekleedt: Daer de Cabbeljaeus-gesinden[10] Noch wel herbergh souden vinden, Soo 't de Landvooghd soo verstond, Dat hy die in schootels sond 't Lijf gesoon, de staert gebraeden, En een kruyck met wijn gelaeden Van de Moesel of de Deel[11],

<< Prev Page    1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13      Next Page >>



Privacy Policy  ::  Terms of Use  :: Contact Us  :: About Us