|
WERELDBIBLIOTHEEK BOEKEN
ONDER LEIDING VAN L. SIMONS
* * * * *
OSCAR WILDE
INDIVIDUALISME EN SOCIALISME
GEAUTORISEERDE VERTALING
DOOR
P. C. BOUTENS
* * * * *
Van OSCAR WILDE verschenen in de Wereld-Bibliotheek:
W. B. 117*. _Het Granaatappelhuis_. Vertaling Liane van Oosterzee.
Ing. f 0.30; cart. f 0.40; geb. f 0.50
W. B. 129. _Salome en een Florentijnsch Treurspel_. Vertaling P. C.
Boutens.
Cart. f 0.30; geb. f 0.40
W. B. 159. _De Profundus_. Ingeleid en vertaald door P. C. Boutens.
Ing. f 0.30; cart. f 0.40; geb. f 0.50.
* * * * *
VOORAF
Merkwaardig lijkt mij Wilde's "Soul of Man under Socialism"--zoo luidt
de oorspronkelijke titel dezer causerie--vooral als voorganger en
tegenhanger der merkwaardigste beschouwingen in zijn "de Profundis." The
Soul of Man under Socialism: eene toekomstig-gedachte verwezenlijking der
menschelijke persoonlijkheid bij wege van vreugde. De Profundis: de
voorshands mogelijke verwezenlijking dierzelfde persoonlijkheid bij wege
van smart. Wanneer den schrijver na zijn gevangenschap langer en
gelukkiger jaren bestemd waren geweest, zou hij mogelijk in een derde
geschrift de synthese dezer beide hebben gegeven? Het zou een
buitengemeen boek hebben kunnen worden. "De toekomst is wat kunstenaars
zijn," zegt hij. En zijn niet kunstenaars de bevoorrechten in wie vroeger
of later vreugd en leed samenbloeien tot eenzelfde schoonheid?
De menschelijke persoonlijkheid die in haar heidensche jeugd zich door
vreugde meende te kunnen verwezenlijken, maar wier groei overwoekerd werd
door de materieele anarchie van het Romeinsche Keizerrijk; die in het
Christendom met de materie trachtte te breken, maar zich in het eind
erger dan ooit door stoffelijke misstanden ziet gefnuikt of belemmerd,
kan de mogelijkheid eener duurzame eerlijke regeling dier materie niet
anders begroeten dan als de eerste voorwaarde harer toekomstige
vervolmaking. Eerst daarna zal zij als gemeen goed kunnen behalen de
synthese van haar kindsheid en jongelingschap, van vreugd en leed, van
Heiden- en Christendom.
20 Nov. 1913.
* * * * *
Het groote en voorname voordeel dat uit de invoering van het socialisme
zou voortkomen, is buiten twijfel: dat het socialisme ons ontheffen zou
van die onverkwikkelijke noodzakelijkheid om voor anderen te leven, welke
bij den tegenwoordigen staat van zaken bijna iedereen onder haar zoo
meedoogenloozen druk houdt. Inderdaad, zoo goed als niemand ontsnapt haar.
Van tijd tot tijd in den loop der eeuw is het een groot geleerde als
Darwin, een groot dichter als Keats, een schoonen kritischen geest als
Renan, een opperst kunstenaar als Flaubert gelukt zich volkomen af te
zonderen, zich buiten bereik te houden van de luidruchtige eischen der
andere menschen, te staan "onder de dekking van den wand," zooals Platoon
het uitdrukt, en op die manier de vervolmaking tot stand te brengen van
wat in hem was, tot zijn eigen onvergelijkelijke winst en tot de
onvergelijkelijke en duurzame winst der geheele wereld. Dit zijn echter
uitzonderingen. Het meerendeel der menschen bederven hun leven met een
ongezond en overdreven altruisme, of liever worden gedwongen het in die
richting te bederven. Zij vinden zich omringd door afzichtelijke armoede,
wanstaltigheid, hongersnood. Onvermijdelijk moeten zij door dit alles
diep worden aangedaan. De gevoelsaandoeningen van den mensch worden
schielijker in beweging gezet dan zijn verstandswerkingen, en zooals ik
voor eenigen tijd betoogde in een artikel over de werking der critiek:
het is veel gemakkelijker eensgevoelig te zijn met lijden dan met de
gedachte. Dienovereenkomstig nemen zij, met bewonderenswaardige, of al
verkeerdelijk gerichte bedoelingen, met grooten ernst en overdreven
sentimentaliteit, de taak ter hand om de euvelen die zij voor oogen
|
|